Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2014
Onder 4.3. Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:693.
Op 6 april 2010 hoorde ik thuis bij mijn woning aan de [a-straat 1] te Leiden gerommel aan de achterdeur. Ik zag een man bij de achterdeur staan. Kennelijk wilde de man naar binnen. Ik zag dat hij gebaren maakte dat hij mijn woning in wilde. Ik heb toen een gebaar gemaakt dat de man weg moest wezen. Ik zag dat een man mijn schutting opklom. Ik ben direct naar boven gegaan en toen kwam ik de man tegen in het halletje. De man liep naar beneden en ik liep achter hem aan. Beneden stonden mijn schoonzoon en mijn kleinzoon voor de voordeur. Ik had de man beetgepakt op dat moment. De man rukte zich los van mij. Door het losrukken van de man viel ik op de grond. Door deze val heb ik last van mijn knie gekregen. Toen ik op de grond terecht kwam, deed het direct pijn aan mijn rechterknie.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6db679654d108192c9fc3cc2a58836825e3bddf9883d3566954e787335f5ed1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6db679654d108192c9fc3cc2a58836825e3bddf9883d3566954e787335f5ed1, en de alinea staat in dat document op bytes 8623 tot 9428.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b6db679654d108192c9fc3cc2a58836825e3bddf9883d3566954e787335f5ed1 | shasum -a 256