Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2014

Onder 2.2 Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:7.

Onderdeel 1 is gericht tegen rov. 2.3 van het bestreden arrest en klaagt erover dat het hof heeft miskend dat de tussenkomende partij niet reeds bij haar vordering tot tussenkomst haar vordering ‘in tussenkomst’ behoeft te preciseren. Het hof heeft door te overwegen dat de vordering tot tussenkomst reeds niet toewijsbaar is omdat niet blijkt dat FIAR c.s. een eigen vordering tegen partijen in de hoofdzaak willen instellen, een maatstaf aangelegd die geen steun vindt in het recht. Vereist is immers niet meer dan dat de partij die tussenkomst vordert, aantoont dat hij daarbij een (voldoende) belang heeft, aldus het onderdeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/487ab5b83e424e6b38ff031eeb5cd734b72af44c5769942e7a1ae2453b5477ce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 487ab5b83e424e6b38ff031eeb5cd734b72af44c5769942e7a1ae2453b5477ce, en de alinea staat in dat document op bytes 10898 tot 11546.