Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2014
Onder 2.24. Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:703.
Een argument in het voordeel van deze opvatting is dat een formeel onderscheid tussen ‘ouderschap’ en ‘gezag’ weliswaar uit het stelsel van de wet volgt, maar door ouders in de praktijk dikwijls niet wordt gemaakt, althans niet wat de procedurele aspecten betreft. Veel ouders zien het ouderschap als één geheel (“het gaat in deze zaak om mijn dochter …”). Ook in de aangehaalde rechtspraak van het EHRM over betrokkenheid van ouders bij de besluitvorming over kinderbeschermingsmaatregelen wordt niet zó duidelijk als in het nationale recht onderscheid gemaakt tussen ouders met en ouders zonder gezag. Een argument in het nadeel van deze opvatting is, dat een ouder die niet het gezag over de minderjarige uitoefent zich per definitie moet neerleggen bij beslissingen van de gezagsouder omtrent de verzorging en opvoeding. Waarom zou een ouder zonder gezag zich dan niet bij de uitkomst behoeven neer te leggen indien Bureau Jeugdzorg in het kader van de ondertoezichtstelling toezicht houdt en aan de gezagsouder aanwijzingen geeft voor de verzorging en opvoeding?
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/982fcee84911210e15a71e2414768ad79685e2bc97262257ee7b05114150e2bb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 982fcee84911210e15a71e2414768ad79685e2bc97262257ee7b05114150e2bb, en de alinea staat in dat document op bytes 38153 tot 39250.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/982fcee84911210e15a71e2414768ad79685e2bc97262257ee7b05114150e2bb | shasum -a 256