Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2014

Onder 5.4.1 Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:704.

Eenmaal aangenomen dat aan het condicio sine qua non-vereiste is voldaan, moet aan de hand van de in art. 6:98 BW neergelegde maatstaf worden onderzocht of de gevorderde schade voor vergoeding in aanmerking komt. Deze bepaling vereist dat de schade in zodanig verband staat met de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid van de schuldenaar berust, dat zij hem, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade, als een gevolg van deze gebeurtenis kan worden toegerekend. Deze regel wordt wel aangeduid als de leer van de redelijke toerekening. Bij het invulling geven aan deze maatstaf moeten alle omstandigheden van het geval worden betrokken. Buiten de in genoemd artikel genoemde aard van de aansprakelijkheid en van de schade, worden in de literatuur vooral ook de waarschijnlijkheid en verwijderdheid als relevante beoordelingsfactoren genoemd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33619e7fd7619f933ac0f9aecc4620fce5ac24ad9e8989acbd7fe5c056595f0d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33619e7fd7619f933ac0f9aecc4620fce5ac24ad9e8989acbd7fe5c056595f0d, en de alinea staat in dat document op bytes 35858 tot 36925.