Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2014
Onder 3.7 Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:705.
Ter toelichting op klacht B. is, wederom kort samengevat, het volgende in met name de subonderdelen I.1,I.2, I.3 en I.4 aangevoerd. In de periode vóór juni 2008 was er bij DSB sprake van een zorgzame situatie, die had meegebracht dat DSB reeds eind augustus 2007 onder verhoogd toezicht was geplaatst en dat reeds eind november 2007 bij DSB een stille curator was aangesteld. Ook al was er in de eerste helft van 2008 nog geen reden om reeds serieus rekening te houden met een faillissement van DSB, toch waren toen de zorgen over de solvabiliteits- en liquiditeitsproblemen bij DSB nog niet afdoende weggenomen en bestond er nog onduidelijkheid over de stabiliteit van DSB op langere termijn. DSB had in strijd met de artikelen 4:19 en 4:20 Wft geen inlichtingen over genoemde situatie verstrekt. Zou [eiseres] met die situatie bekend zijn geweest dan zou zij besloten hebben om de in juni 2008 gesloten langjarige deposito-overeenkomst met achterstelling met DSB niet aan te gaan. Voor AFM geldt de beginselplicht tot handhaving. Een toezichthouder als AFM behoort bij het uitoefenen van het toezicht en het beoordelen van de noodzaak en effectiviteit van de in dat kader al dan niet te treffen maatregelen het belang van (potentiële) klanten – [zoals in casu [eiseres]] – van een bank – [zoals in casu DSB] – naast de belangen van de bank en van de belangen van maatschappelijke aard in haar afweging te betrekken. De te treffen maatregelen behoort de toezichthouder tijdig en adequaat te nemen, terwijl hij erop moet toezien dat, indien getroffen maatregelen niet het beoogde effect blijken te hebben, dan een effectievere maatregel wordt genomen. In het licht van een en ander is onjuist althans zonder nader motivering niet begrijpelijk dat het niet opleggen aan DSB door AFM van een ‘indirect verbod’ om nog deposito-overeenkomsten met achterstelling aan te gaan ( ) niet een onrechtmatig nalaten van AFM zou zijn geweest. Met het opleggen van een dergelijk verbod zou enerzijds AFM geen informatie over de zorgelijke toestand bij DSB naar buiten hebben gebracht, maar anderzijds DSB hebben genoopt om voorafgaande aan het afsluiten van deposito-overeenkomsten als in juni 2008 door haar nog met [eiseres] is aangegaan inlichtingen over de zorgzame situatie bij haar te verstrekken dan wel – wat eerder te verwachten zou zijn geweest – DSB ertoe zou hebben bewogen om af te zien van het verder nog afsluiten van dergelijke overeenkomsten. De motivering schiet mede tekort, omdat het hof niet duidelijk heeft gemaakt hoe zij de belangen van [eiseres] heeft gewogen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ad4fdd56a1599a816360e79249dd8ba61881206cb5b6b0feb077a761ec357e36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ad4fdd56a1599a816360e79249dd8ba61881206cb5b6b0feb077a761ec357e36, en de alinea staat in dat document op bytes 51600 tot 54332.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ad4fdd56a1599a816360e79249dd8ba61881206cb5b6b0feb077a761ec357e36 | shasum -a 256