Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2014

Onder 3.8.1 Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:705.

Allereerst dient te worden opgemerkt dat, anders dan in de toelichting op de klacht wordt aangenomen, er niet van kan worden uitgegaan dat er in de periode vóór juni 2008 met betrekking tot deposito-overeenkomsten met achterstelling sprake was van schending door DSB van de inlichtingenverplichtingen als bedoeld in de artikelen 4:19 en 4:20 Wft. Dat volgt uit hetgeen hierboven omtrent klacht A. is opgemerkt. Voor zover ter onderbouwing van de klacht een beroep wordt gedaan op de beginselplicht om tegen een schending van deze artikelen handhavend op te treden, legt dat beroep dan ook geen gewicht in de schaal.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ad4fdd56a1599a816360e79249dd8ba61881206cb5b6b0feb077a761ec357e36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ad4fdd56a1599a816360e79249dd8ba61881206cb5b6b0feb077a761ec357e36, en de alinea staat in dat document op bytes 54581 tot 55212.