Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2014

Onder 3.8.3 Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:705.

Het hof overweegt in rov. 3.26 verder dat, wanneer AFM de bevoegdheid om aan DSB een verplichting als hiervoor in 3.8.2 bedoeld op te leggen niet zou hebben gebruikt na een onderzoek vóór juni 2008 naar het gedrag van DSB met betrekking tot deposito’s met achterstelling, die opstelling van AFM niet beschouwd had kunnen worden als een onrechtmatig nalaten van haar. Het afzien van het gebruik maken van die bevoegdheid valt, aldus het hof, onder de aan AFM toekomende beoordelingsvrijheid. Uit hetgeen hierboven in 2.3.2 over de te dezen te hanteren beoordelingsmaatstaf is opgemerkt, volgt dat het aannemen van een aan AFM toekomende beoordelingsvrijheid geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ad4fdd56a1599a816360e79249dd8ba61881206cb5b6b0feb077a761ec357e36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ad4fdd56a1599a816360e79249dd8ba61881206cb5b6b0feb077a761ec357e36, en de alinea staat in dat document op bytes 56496 tot 57220.