Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2014
Onder 3.6 Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:708.
Onderdeel 1.2 richt zich tegen het oordeel (in rov. 4.12 t/m 4.14) dat de door de curator gestelde schending van art. 2:207c (oud) BW, vanwege het vervallen van deze bepaling per 1 oktober 2012, als zodanig niet meer als grondslag kan dienen voor de gestelde bestuurdersaansprakelijkheid op grond van art. 2:248 BW en art. 6:162 BW. Het onderdeel klaagt dat het hof met dit oordeel miskent dat de inwerkingtreding van de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht niet tot gevolg heeft dat vermogensrechten die vóór de inwerkingtreding van die wet zijn ontstaan, komen te vervallen. Indien [verweerders] destijds op grond van art. 2:9, art. 2:248 en/of art. 6:162 BW aansprakelijk zijn geworden wegens schending van art. 2:207c (oud) BW, dan is die aansprakelijkheid – aldus het onderdeel – door de inwerkingtreding van de genoemde wet dus niet komen te vervallen. Indien het hof dit niet heeft miskend, dan is het oordeel volgens het onderdeel in elk geval onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5cec8f9edaf235971f6364fbba26ebc5d752fe103365b8f4d9f50abd3260324f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5cec8f9edaf235971f6364fbba26ebc5d752fe103365b8f4d9f50abd3260324f, en de alinea staat in dat document op bytes 19651 tot 20675.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5cec8f9edaf235971f6364fbba26ebc5d752fe103365b8f4d9f50abd3260324f | shasum -a 256