Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2014

Onder 3.20 Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:708.

De klachten van het onderdeel zijn ongegrond. Het hof heeft geoordeeld dat in het onderhavige geval aan de in art. 2:10 BW bedoelde administratieplicht is voldaan indien de boekhouding van een zodanig niveau is dat men snel inzicht kan krijgen in de debiteuren- en crediteurenpositie op enig moment en deze posities en de stand van de liquiditeiten, gezien de aard en omvang van de onderneming, een redelijk inzicht geven in de vermogenspositie (zie rov. 4.9.1). Dat oordeel geeft als zodanig geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting (zie de bespreking van onderdeel 2.1). Het daarbij aansluitende oordeel in rov. 4.9.3 dat ten aanzien van ‘post (a)’ niet gebleken is van een schending van de administratieplicht van art. 2:10 BW geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is, ook in het licht van de door het onderdeel aangeduide passages uit de gedingstukken, niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5cec8f9edaf235971f6364fbba26ebc5d752fe103365b8f4d9f50abd3260324f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5cec8f9edaf235971f6364fbba26ebc5d752fe103365b8f4d9f50abd3260324f, en de alinea staat in dat document op bytes 36614 tot 37553.