Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2014

Onder 3.24 Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:708.

“Ten aanzien van alle drie hiervoor besproken posten is het hof voorts van oordeel dat het waarderingsvraagstukken betreft, die op zich los staan van en geen onderdeel zijn van de gevoerde administratie die, zoals hiervoor is weergegeven, dagelijks werd bijgehouden via een boekhoudsysteem, terwijl gesteld noch gebleken is van malversaties, onregelmatigheden of van onttrekkingen. Het hof is van oordeel dat de curator ook geenszins duidelijk heeft gemaakt, althans onvoldoende heeft onderbouwd, dat de wijze van waardering van bovengenoemde drie posten daadwerkelijk heeft betekend dat het voor de bestuurders danwel een betrokken derde (zoals de accountant) niet mogelijk is geweest om in de relevante periode (eind september 2003 tot en met januari 2005) snel inzicht te krijgen in de debiteuren- en crediteurenpositie en, gezien deze posities en de stand van de liquiditeiten, de aard en omvang van de onderneming, een redelijk inzicht in de vermogenspositie van FSM als geheel.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5cec8f9edaf235971f6364fbba26ebc5d752fe103365b8f4d9f50abd3260324f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5cec8f9edaf235971f6364fbba26ebc5d752fe103365b8f4d9f50abd3260324f, en de alinea staat in dat document op bytes 39331 tot 40332.