Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2014

Onder 2.9 Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:72.

Een en ander laat m.i. onverlet dat de onderzoeker in de onderhavige procedure bij de ondernemingskamer betrokken is geweest. Ik meen dan ook dat de onderzoeker in dit specifieke geding heeft te gelden als een in de vorige instantie verschenen persoon, aan wie overeenkomstig art. 426b Rv. het recht toekomt om kennis te nemen van het cassatieverzoekschrift en aan wie de gelegenheid dient te worden gegeven tot het indienen van een verweerschrift in cassatie . Daar komt bij dat de tegenverzoeken hem rechtstreeks betreffen nu daarin van hem een bepaalde werkwijze wordt gevraagd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bf5d3d23627cf4aaac4370b4c91c502e48c61eb31725e2d0b0b5dde01249067. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bf5d3d23627cf4aaac4370b4c91c502e48c61eb31725e2d0b0b5dde01249067, en de alinea staat in dat document op bytes 19465 tot 20157.