Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014
Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:74.
Uitgangspunt is dat de internationale bevoegdheid krachtens art. 8 lid 1 Brussel II-bis wordt beoordeeld op grond van de gewone verblijfplaats van het kind op het tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt, dat wil zeggen de datum van indiening van het inleidend verzoekschrift (zie art. 8 lid 1 jo. art. 16 sub a Brussel II-bis). Als peildatum geldt dus het tijdstip waarop in eerste aanleg de tussenkomst van de rechter wordt ingeroepen. Ingevolge het perpetuatio fori-beginsel blijft een bij aanvang van de procedure in eerste aanleg bestaande bevoegdheid krachtens art. 8 lid 1 Brussel II-bis in stand, ook als de grond daarvoor tijdens de procedure in dezelfde instantie of in hoger beroep vervalt. Voor de onderhavige procedure betekent dit uitgangspunt dat beoordeeld dient te worden of de kinderen op 25 april 2012, de datum van indiening van het inleidend verzoek door de vader, hun gewone verblijfplaats (nog) in Nederland hadden (zie ook de eerste alinea van rov. 3.11.2 van de bestreden beschikking).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d17785ea80ea2959a14ff6ef8703f9018b6e4690a4c189cdd284f325612a635a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d17785ea80ea2959a14ff6ef8703f9018b6e4690a4c189cdd284f325612a635a, en de alinea staat in dat document op bytes 14292 tot 15463.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d17785ea80ea2959a14ff6ef8703f9018b6e4690a4c189cdd284f325612a635a | shasum -a 256