Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014

Onder 2.4 Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:74.

Het begrip ‘gewone verblijfplaats’ in art. 8 lid 1 Brussel II-bis is volgens de rechtspraak van het HvJEU de plaats die een zekere integratie van het kind in een sociale en familiale omgeving tot uitdrukking brengt. Die plaats moet worden vastgesteld aan de hand van alle relevante feiten en omstandigheden van het geval, waarbij met name rekening moet worden gehouden met de omstandigheden en de redenen van het verblijf van de minderjarige op het grondgebied van een staat alsmede de nationaliteit van het kind. De bedoeling van de met het gezag belaste persoon om zich met het kind in een andere staat te vestigen, waaraan uiting is gegeven door bepaalde tastbare handelingen (zoals de koop of de huur van een woning in de staat van ontvangst), kan een aanwijzing zijn dat de gewone verblijfplaats is gewijzigd. Voor de verplaatsing van de gewone verblijfplaats geldt vooral de wens van de betrokkene om het permanente of gewone centrum van zijn belangen te vestigen in de staat van ontvangst, met de bedoeling daaraan een vast karakter te verlenen. De invulling van het begrip ‘gewone verblijfplaats’ van het kind is zo nauw verweven met beoordelingen van feitelijke aard, dat de invulling die het hof in rov. 3.11.2 van de bestreden beschikking daaraan heeft gegeven in cassatie slechts op begrijpelijkheid kan worden getoetst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d17785ea80ea2959a14ff6ef8703f9018b6e4690a4c189cdd284f325612a635a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d17785ea80ea2959a14ff6ef8703f9018b6e4690a4c189cdd284f325612a635a, en de alinea staat in dat document op bytes 15542 tot 17023.