Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014

Onder 2.5 Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:74.

Bij de beoordeling van de gewone verblijfplaats van de kinderen heeft het hof zich in de eerste alinea van rov. 3.11.2 van de bestreden beschikking allereerst aangesloten bij het oordeel van de rechtbank dat uit de stellingen van de moeder kan worden afgeleid dat ‘zij voornemens was om met de kinderen in Nederland te blijven, maar dat zij onder de druk van de omstandigheden heeft besloten om terug te keren naar Israël’, waaraan het hof in de tweede alinea van rov. 3.11.2 van de bestreden beschikking heeft toegevoegd dat (i) de bedoeling van de moeder om met de kinderen permanent in Israël te wonen niet strookt met de bedoeling van de vader om de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland te behouden, en (ii) de moeder de door haar geschetste ‘gesettelde’ situatie in Israël lijkt te hebben geënsceneerd teneinde de kinderen naar Israël over te kunnen brengen zonder dat haar handelen wordt gekwalificeerd als ongeoorloofd in de zin van het HKOV. Uiteindelijk heeft het hof vastgesteld dat de kinderen op 25 april 2012 in Nederland hun gewone verblijfplaats hadden, zodat de Nederlandse rechter krachtens art. 8 lid 1 Brussel II-bis internationaal bevoegd is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d17785ea80ea2959a14ff6ef8703f9018b6e4690a4c189cdd284f325612a635a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d17785ea80ea2959a14ff6ef8703f9018b6e4690a4c189cdd284f325612a635a, en de alinea staat in dat document op bytes 17102 tot 18304.