Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014

Onder 3.12.4 Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:76.

In een geval waarin het schriftelijke contract niet voldeed aan de inhoudseisen van art. 30 lid 3 (oud) WCK, is geoordeeld dat de overeenkomst nietig is. In een ander geval is geoordeeld dat de consument geen nadeel had bij het ontbreken van bepaalde gegevens in het contract – de aanbieder was bekend, de contantprijs van het toestel was vermeld op de kassabon, onbestreden was dat geen kredietvergoeding verschuldigd was − en dat het beroep op vernietiging daarom naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was. In weer een ander geval is onder verwijzing naar de parlementaire geschiedenis geoordeeld dat schending van art. 30 lid 3 (oud) WCK geen beroep op vernietigbaarheid rechtvaardigt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb678abc5d8c4701319a7efb95fac2c121c483c2de8302e3e188a653ec2805be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb678abc5d8c4701319a7efb95fac2c121c483c2de8302e3e188a653ec2805be, en de alinea staat in dat document op bytes 39881 tot 40804.