Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014

Onder 4.17 Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:76.

Bij zijn vraag merkt de kantonrechter op dat kennelijk in veel zaken onduidelijk is of en zo ja welk bedrag voor de ‘gratis’ telefoon in rekening wordt gebracht in de maandelijks te betalen termijnen. Die opmerking raakt naar mijn mening aan de kern van de kwalificatievraag. Gezien hetgeen hiervoor al is gezegd over de soort overeenkomsten, komt de kwalificatievraag in wezen nog neer op een vraag van toerekening. Vast staat immers dat het gaat om gevallen waarin de consument ontvangt (a) diensten en (b) een telefoon waarmee van die diensten gebruik kan worden gemaakt, terwijl hij daarvoor een prijs verschuldigd is in de vorm van maandelijkse abonnementskosten gedurende in ieder geval de minimumperiode van het abonnement. Er zijn dan twee te onderzoeken mogelijkheden: (a) de prijs wordt alleen toegerekend aan de diensten, zodat de telefoon ook echt gratis is, of (b) de prijs wordt ook toegerekend aan de telefoon, zodat deze niet gratis is. In het eerste geval is geen, in het tweede geval is wel sprake van koop op afbetaling respectievelijk goederenkrediet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb678abc5d8c4701319a7efb95fac2c121c483c2de8302e3e188a653ec2805be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb678abc5d8c4701319a7efb95fac2c121c483c2de8302e3e188a653ec2805be, en de alinea staat in dat document op bytes 74383 tot 75605.