Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014
Onder 4.18 Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:76.
Deze toerekeningsvraag moet worden beantwoord in het licht van de strekkingsbepalingen van respectievelijk art. 7A:1576 lid 3 BW, art. 1, aanhef en sub a, WCK en art. 7:73 lid 2 BW. De wijze waarop de prijs door een partij wordt toegerekend, is daarom niet doorslaggevend. Variërend op HR 23 december 2011, kan worden gezegd dat men moet heenkijken door de representatie van de overeenkomst als een waarbij de telefoon ‘gratis’ wordt verstrekt en de geldelijke verplichtingen in ogenschouw moet nemen die, onder welk etiket ook, de consument door het aangaan van een overeenkomst als de onderhavige op zich neemt. Op die manier kan worden beoordeeld of de telefoon al dan niet als gratis kan worden aangemerkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb678abc5d8c4701319a7efb95fac2c121c483c2de8302e3e188a653ec2805be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb678abc5d8c4701319a7efb95fac2c121c483c2de8302e3e188a653ec2805be, en de alinea staat in dat document op bytes 75685 tot 76477.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb678abc5d8c4701319a7efb95fac2c121c483c2de8302e3e188a653ec2805be | shasum -a 256