Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014

Onder 4.45 Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:76.

Wel is aannemelijk dat de aanbieder in beginsel (extra) financieringskosten zal hebben wanneer de telefoons hem niet ineens, maar door middel van de maandelijkse abonnementstermijnen worden terugbetaald. Deze kosten kunnen in beginsel worden aangemerkt als bedrijfskosten die moeten worden terugverdiend met de inkomsten uit de abonnementen (zie bij 4.24). Het verdienmodel dat ten grondslag ligt aan het soort overeenkomsten waarop de prejudiciële vraag ziet, houdt in dat inkomsten worden gegenereerd met de telecomdiensten die de consument afneemt, binnen of buiten de bundel. Die inkomsten zijn wellicht hoger of worden gedurende een langere periode genoten, omdat de telefoon is gekoppeld aan een abonnement dat recht geeft op bepaalde diensten en dat een bepaalde (minimum)looptijd heeft. Het model is er, als ik het goed zie, als zodanig niet op gericht om specifiek winst te generen uit een vergoeding voor het verstrekken van krediet, zoals dat bijvoorbeeld wel het geval is bij financieringsmaatschappijen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb678abc5d8c4701319a7efb95fac2c121c483c2de8302e3e188a653ec2805be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb678abc5d8c4701319a7efb95fac2c121c483c2de8302e3e188a653ec2805be, en de alinea staat in dat document op bytes 108241 tot 109271.