Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014

Onder 4.55 Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:76.

Overigens heeft [eiseres] nog opgemerkt dat beantwoording van de prejudiciële vraag niet van belang is voor overeenkomst 2, omdat zij daarvoor alleen de waarde van de telefoon vordert en het niet uitmaakt of die moet worden teruggegeven dan wel, indien dat niet gebeurt, de waarde daarvan moeten vergoed op grond van art 6:271 (jo. 6:74 en 6:273 e.v.) BW dan wel, na vernietiging ex art. 30 (oud) WCK, op grond van art. 6:203 BW. Ik merk in dit verband op dat [eiseres] schadevergoeding vordert ten belope van de ‘nieuwprijs’ van de destijds geleverde telefoon vanwege wanbetaling ter zake van de maandtermijnen en niet teruggave van de telefoon dan wel de waarde daarvan wegens tekortschieten in de ongedaanmakingsverbintenis. Voor de waardebepaling lijkt echter het moment waarop de overeenkomst is vernietigd dan wel ontbonden relevant. Bij toepasselijkheid van de WCK speelt ook art. 44 lid 2 WCK.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb678abc5d8c4701319a7efb95fac2c121c483c2de8302e3e188a653ec2805be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb678abc5d8c4701319a7efb95fac2c121c483c2de8302e3e188a653ec2805be, en de alinea staat in dat document op bytes 118721 tot 119705.