Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014
Onder 3.8.2 Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:76.
Art. 7:1576 lid 2 BW lijkt aldus een ruimere strekking te hebben dan alleen art. 7:4 BW uit te schakelen. Immers w anneer de prijs niet expliciet tot uitdrukking is gebracht, maar slechts impliciet is bepaald of via een verwijzing naar een overeengekomen prijsbepalingsmechanisme bepaalbaar is, dan is zij overeengekomen zodat art. 7:4 BW niet van toepassing is. Art. 7:4 BW regelt een ander geval, namelijk dat een koopovereenkomst ook tot stand kan komen indien partijen zich niet hebben bekommerd om de prijs; dan is een redelijke prijs verschuldigd. Onder het voor 1992 geldende recht was in het door art. 7:4 BW geregelde geval sprake van ongeldigheid. Hijma merkt op dat onder het oude recht ten onrechte werd voorbijgegaan aan het gegeven dat partijen reeds tot contractsluiting zijn overgegaan en het contract als zodanig belangrijker hebben gevonden dan zekerheid inzake de prijs.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb678abc5d8c4701319a7efb95fac2c121c483c2de8302e3e188a653ec2805be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb678abc5d8c4701319a7efb95fac2c121c483c2de8302e3e188a653ec2805be, en de alinea staat in dat document op bytes 23634 tot 24698.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb678abc5d8c4701319a7efb95fac2c121c483c2de8302e3e188a653ec2805be | shasum -a 256