Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014
Onder 3.8.4 Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:76.
Met zou een steunargument voor deze opvatting kunnen vinden in art. 30 lid 3 (oud) WCK, zoals [eiseres] aanvoert. Volgens deze bepaling diende de akte bij goederenkrediet de contantprijs van elk van de zaken of diensten te bevatten (sub d), maar schending van dit voorschrift werd niet uitdrukkelijk met vernietigbaarheid bedreigd (zie bij 3.13.3-4). Dit steunargument gaat vanaf 25 mei 2011 in zoverre niet meer op, dat art. 7:61 lid 2, aanhef en sub e, BW ook vermelding van de contantprijs verlangt en schending van dat voorschrift wel tot vernietigbaarheid leidt (zie bij 3.19.3).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb678abc5d8c4701319a7efb95fac2c121c483c2de8302e3e188a653ec2805be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb678abc5d8c4701319a7efb95fac2c121c483c2de8302e3e188a653ec2805be, en de alinea staat in dat document op bytes 26476 tot 27138.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb678abc5d8c4701319a7efb95fac2c121c483c2de8302e3e188a653ec2805be | shasum -a 256