Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014
Onder 23. Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:77.
Onderdeel 1 stelt voorop dat het hof in rov. 6 heeft overwogen dat gelet op de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit die ten grondslag liggen aan de Gedragscode Persoonlijk Onderzoek 2004 “eerst plaats is voor het instellen van een persoonlijk onderzoek als er sprake is van een structureel weigeren van een verzekerde om medewerking te verlenen aan de behandeling van de schademelding”. Voorts geeft het onderdeel aan dat het hof in rov. 9 van zijn arrest aangeeft dat het begrip ‘fraude’ moet worden opgevat in de betekenis die het in de Gedragscode zelf heeft gekregen en dat het hof vervolgens als maatstaf hanteert dat “[v]an gerede twijfel leidend tot een redelijk vermoeden van fraude (…) eerst sprake [is] als bij de verzekeraar het vermoeden is gerezen en ook in redelijkheid heeft kunnen rijzen, dat de verzekerde verzekeraar – op welke wijze dan ook – bij de uitvoering van de schadebehandeling grondig en/of structureel misleidt of heeft misleid.” Het onderdeel betoogt dat het hof die maatstaf kennelijk in de rov. 13 t/m 32 daadwerkelijk toepast op de door Interpolis aangevoerde redenen waarom bij haar een redelijk vermoeden van fraude is ontstaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2c8d3388b8792a9c6501ec6d01867c0055a9a2a9e8d0d040554c50f687ad54f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2c8d3388b8792a9c6501ec6d01867c0055a9a2a9e8d0d040554c50f687ad54f, en de alinea staat in dat document op bytes 62696 tot 63905.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a2c8d3388b8792a9c6501ec6d01867c0055a9a2a9e8d0d040554c50f687ad54f | shasum -a 256