Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014
Onder 27. Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:77.
Het hof is voorts ervan uitgegaan, zoals ook uit de tekst van de Gedragscode blijkt, dat de beoordeling of is voldaan aan het vereiste dat een vermoeden van fraude bestaat en of een persoonlijk onderzoek het enige hem ten dienste staande middel is dan wel of er ook andere mogelijkheden van onderzoek zijn die tot hetzelfde doel leiden, niet aan het inzicht van de verzekeraar is overgelaten. De Gedragscode schrijft immers voor dat er gerede twijfel moet zijn ontstaan over de juistheid of volledigheid van de resultaten van het feitenonderzoek zodanig dat bij de verzekeraar een redelijk vermoeden van fraude is ontstaan. Met de woorden “gerede twijfel” en “een redelijk vermoeden van fraude” is aangegeven dat het hier gaat om een niet louter subjectieve maatstaf. Ook de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit nopen tot een objectieve beoordeling. Aan de verzekeraar komt wel een zekere beoordelingsruimte toe.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2c8d3388b8792a9c6501ec6d01867c0055a9a2a9e8d0d040554c50f687ad54f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2c8d3388b8792a9c6501ec6d01867c0055a9a2a9e8d0d040554c50f687ad54f, en de alinea staat in dat document op bytes 72448 tot 73396.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a2c8d3388b8792a9c6501ec6d01867c0055a9a2a9e8d0d040554c50f687ad54f | shasum -a 256