Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014
Onder 34. Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:77.
In subonderdeel 1.3.2 wordt ten eerste geklaagd dat het hof in rov. 28 niet begrijpelijk maakt dat een redelijk vermoeden van fraude niet gebaseerd zou kunnen worden op de reeds gebleken discrepanties. Deze klacht faalt omdat het hof voldoende duidelijk en begrijpelijk heeft getoetst aan het subsidiariteitsbeginsel en daaruit afleidt en kon afleiden dat het instellen van een persoonlijk onderzoek naar aanleiding van deze discrepanties, niet was gerechtvaardigd. Daarbij is het hof ook niet uitgegaan van een onbegrijpelijke uitleg van de Gedragscode. Voor zover subonderdeel 1.3.2 met zijn klacht dat het hof bij zijn beoordeling is uitgegaan van een maatstaf die niet verenigbaar is met een begrijpelijke uitleg van de Gedragscode, opnieuw de in subonderdeel 1.1 vervatte klachten tegen de door het hof aangelegde maatstaf naar voren brengt, moet deze klacht falen op de gronden als aangegeven in de nrs. 24-28.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2c8d3388b8792a9c6501ec6d01867c0055a9a2a9e8d0d040554c50f687ad54f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2c8d3388b8792a9c6501ec6d01867c0055a9a2a9e8d0d040554c50f687ad54f, en de alinea staat in dat document op bytes 87547 tot 88476.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a2c8d3388b8792a9c6501ec6d01867c0055a9a2a9e8d0d040554c50f687ad54f | shasum -a 256