Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014
Onder 43. Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:77.
Het hof heeft vervolgens – met juistheid – vooropgesteld dat de vraag of onrechtmatig verkregen bewijs in een procedure kan worden meegewogen of moet worden uitgesloten, is overgelaten aan de rechter die ook bij deze beslissing staat voor een afweging van belangen, te weten het belang van de waarheidsvinding enerzijds en het belang van (het niet honoreren of voorkomen van) een normschending of een rechtsinbreuk, derhalve van een zindelijke, rechtens verantwoorde bewijsgaring anderzijds. De vraag die daarbij in de kern aan de orde is, aldus het hof, is of het gerechtvaardigd is dat een procespartij die op onrechtmatige wijze bewijs heeft verkregen, wordt beloond door dit bewijs in de procedure tot haar voordeel te betrekken. Of de wijze waarop het bewijsmateriaal is verkregen van invloed moet zijn op de toelaatbaarheid in het geding en hoe de belangenafweging moet uitvallen, hangt af van de omstandigheden van het geval. Aldus het hof.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2c8d3388b8792a9c6501ec6d01867c0055a9a2a9e8d0d040554c50f687ad54f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2c8d3388b8792a9c6501ec6d01867c0055a9a2a9e8d0d040554c50f687ad54f, en de alinea staat in dat document op bytes 104176 tot 105142.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a2c8d3388b8792a9c6501ec6d01867c0055a9a2a9e8d0d040554c50f687ad54f | shasum -a 256