Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014

Onder 13. Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:77.

In HR 9 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM2337, NJ 2012/226 m.nt. H.J. Snijders stelde uw Raad onder verwijzing naar het hiervoor genoemde arrest voorop dat onder de dag van de uitspraak wordt verstaan de dag waarop de rechterlijke beslissing openbaar wordt gemaakt. Uw Raad overwoog voorts dat het vonnis of arrest een authentieke akte is waaraan ingevolge artikel 157 lid 1 Rv tegenover een ieder dwingende bewijskracht toekomt met betrekking tot hetgeen daarin door de rechter is verklaard omtrent zijn waarnemingen en verrichtingen ter zitting. Met het oog op de vereiste rechtszekerheid en hanteerbaarheid van het recht op het punt van het tijdstip waarop beroepstermijnen gaan lopen, moet aan dat tegenbewijs de eis worden gesteld dat daaruit ondubbelzinnig de onjuistheid blijkt van hetgeen het vonnis of arrest op het genoemde punt inhoudt. (Zie ook de noot van G. van Rijssen, onder 2.5, bij Rb. ’s-Hertogenbosch 23 juni 2008, ECLI:NL:RBSHE:2008:BD5215, JBPr 2008/61.)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2c8d3388b8792a9c6501ec6d01867c0055a9a2a9e8d0d040554c50f687ad54f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2c8d3388b8792a9c6501ec6d01867c0055a9a2a9e8d0d040554c50f687ad54f, en de alinea staat in dat document op bytes 44163 tot 45151.