Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014

Onder 17. Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:77.

De onrechtmatigheid kan zich voordoen bij het verzamelen van de informatie, maar ook bij het openbaar maken van deze informatie in een civiel rechtsgeding. Denkbaar is dus dat het verzamelen van informatie op zichzelf geen inbreuk op het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer inhoudt, maar dat slechts het gebruiken van die informatie in een civiele procedure een inbreuk betekent op het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en daarmee onrechtmatig is. Evenzo kan zich het spiegelbeeld voordoen, te weten dat de informatie verkregen is als gevolg van een onrechtmatige inbreuk op het recht van privacy, maar dat deze hierdoor verkregen informatie toch een rol kan spelen in het civiele geding. Het gaat dan dus om onrechtmatig verkregen, maar rechtmatig gebruikt bewijs. Zie de Groene Serie Burgerlijke Rechtsvordering (G.R. Rutgers), art. 152 Rv, aant. 6 en H.J. Snijders, Op de grens van burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht, Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 1992, p. 53-59, i.h.b. p. 55, onder verwijzing naar HR 16 oktober 1987, ECLI:NL:HR:1987:AC9997, NJ 1988/850 m.nt. E.A. Alkema (Driessen/Van Gelder). Zie voorts HR 12 februari 1993, ECLI:NL:HR:1993:AJ8237, NJ 1993/599 m.nt. H.J. Snijders & E.A. Alkema.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2c8d3388b8792a9c6501ec6d01867c0055a9a2a9e8d0d040554c50f687ad54f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2c8d3388b8792a9c6501ec6d01867c0055a9a2a9e8d0d040554c50f687ad54f, en de alinea staat in dat document op bytes 50787 tot 52053.