Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2014
Onder 19. Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:89.
Om tot het oordeel te kunnen komen dat in een concreet geval sprake is van roekeloosheid in de zin van art. 175, tweede lid, WVW 1994, zal de rechter zodanige feiten en omstandigheden moeten vaststellen dat daaruit is af te leiden dat door de buitengewoon onvoorzichtige gedraging van de verdachte een zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen, alsmede dat de verdachte zich daarvan bewust was, althans had moeten zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a8a8f17987f67fea25af872b90d1e7de6e00c1be1544ec891fef5973d4c8e9d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a8a8f17987f67fea25af872b90d1e7de6e00c1be1544ec891fef5973d4c8e9d, en de alinea staat in dat document op bytes 34421 tot 34856.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2a8a8f17987f67fea25af872b90d1e7de6e00c1be1544ec891fef5973d4c8e9d | shasum -a 256