Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2014
Onder 5.4.1 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:9.
Het middel wijst er terecht op dat de door het EVRM gewaarborgde rechten ook in horizontale verhoudingen hun betekenis kunnen hebben, zoals blijkt uit de in het middel genoemde uitspraken van het EHRM. De Lidstaat kan een positieve verplichting hebben om de bescherming van een bepaalde fundamenteel recht te realiseren. In dat kader is er, als wetgever of bestuur hun verplichting om de EVRM-normen te waarborgen niet hebben vervuld, ook een taak voor de nationale rechter om het EVRM in de horizontale verhouding te laten doorwerken. De rechter kan daartoe zijn nationale recht verdragsconform (proberen te) interpreteren of toepassen. De omstandigheid dat de doorwerking van het EVRM in horizontale verhoudingen via een tussenstap geschiedt, betekent overigens niet dat die doorwerking niet intensief kan zijn. Nehmelman en Noorlander vatten het voorgaande kernachtig samen met de stelling “het grondrecht vormt de uitdrukking van een rechtsbeginsel waaraan een belangrijk gewicht toekomt, maar dat wel altijd moet worden afgewogen tegen andere (rechts)belangen en waarden.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41d02cfd1a7f4df027127e73b55f62deaa11ccc6844b60ab20c6542bd543ab96. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41d02cfd1a7f4df027127e73b55f62deaa11ccc6844b60ab20c6542bd543ab96, en de alinea staat in dat document op bytes 103189 tot 104604.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/41d02cfd1a7f4df027127e73b55f62deaa11ccc6844b60ab20c6542bd543ab96 | shasum -a 256