Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2014

Onder 5.9 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:9.

Onderdeel 2 klaagt dat het hof bij de beoordeling in rov. 3.37-3.41 van de vraag of [eiser] in dit geval disproportioneel wordt getroffen, zich ten onrechte geen rekenschap heeft gegeven van het betoog van [eiser] dat hij vooral in zijn belang is geraakt door het gecombineerde effect van wettelijke maatregelen ter zake van huurprijsbeheersing, huurbescherming en huisvestingswetgeving. Voor zover het hof zou hebben gemeend dat dit betoog niet relevant is, heeft het in het licht van de rechtspraak van het EHRM (de zaak Hutten-Czapska) blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting ( subonderdeel 2.1 ). Anders heeft het zij arrest onvoldoende gemotiveerd, want daartoe volstond niet rov. 3.31 ( subonderdeel 2.2 ).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41d02cfd1a7f4df027127e73b55f62deaa11ccc6844b60ab20c6542bd543ab96. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41d02cfd1a7f4df027127e73b55f62deaa11ccc6844b60ab20c6542bd543ab96, en de alinea staat in dat document op bytes 113109 tot 113961.