Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014
Onder 2.7 Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:92.
Onderdeel 2 richt zich tegen de overweging van de rechtbank in rov. 4.4, inhoudende – kort samengevat – dat de wettelijke regeling van de 403-verklaring niet de strekking heeft om de (potentiële) crediteur van de dochtermaatschappij een bepaalde mate van zekerheid te bieden dat hij voldaan wordt, en dat de regeling er om die reden ook niet toe noopt om crediteuren met een bevoorrechte vordering op de dochtermaatschappij tevens een voorrecht toe te kennen bij hun vordering op de moedermaatschappij. Het onderdeel klaagt dat dit oordeel en de in dat kader vermelde redengeving onbegrijpelijk zijn, en dat het betreffende oordeel in elk geval onvoldoende is gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/23dd1262a6c360a21d002ca8a45a58f53377ea1fd343115f1cc3183e22777084. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 23dd1262a6c360a21d002ca8a45a58f53377ea1fd343115f1cc3183e22777084, en de alinea staat in dat document op bytes 15470 tot 16160.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/23dd1262a6c360a21d002ca8a45a58f53377ea1fd343115f1cc3183e22777084 | shasum -a 256