Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014

Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:93.

Onderdeel 1 betoogt dat er aan de vordering van [eiseres] op Econcern een voorrecht verbonden is op grond van het bepaalde in art. 3:288 aanhef en sub e BW jo. art. 6:142 lid 1 BW. Het onderdeel klaagt dat de rechtbank dit laatste miskend heeft. De rechtbank zou ook uit het oog hebben verloren dat een vordering die gebaseerd is op een 403-verklaring, een accessoir en subsidiair karakter heeft. Dat karakter zou duiden op een dusdanig nauwe verbondenheid van de aanspraak uit de 403-verklaring met de vordering op de dochtermaatschappij, dat de aanspraak uit de 403-verklaring te beschouwen is als een nevenrecht van de vordering op de dochtermaatschappij. Volgens het onderdeel heeft “[d]e betreffende loonvordering van [eiseres] […] dan ook in het faillissement van Econcern, evengoed als in dat van Evelop, op de voet van artikel 3:288 sub e BW jo. 6:142 lid 1 BW als bevoorrecht te gelden.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07a70168171cc06f37916b939a0e43159fd3f0ff520c71510b38237f0d49bc97. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07a70168171cc06f37916b939a0e43159fd3f0ff520c71510b38237f0d49bc97, en de alinea staat in dat document op bytes 11671 tot 12586.