Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 januari 2015
Onder 4.7. Parket bij de Hoge Raad 6 januari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1.
Het middel klaagt in de eerste plaats dat het Hof bij de afwijzing van het verzoek een onjuiste maatstaf heeft aangelegd, nu het verzoek al bij appelschriftuur is gedaan. Die klacht faalt, ook als zou moeten worden aangenomen dat de bedoelde schriftuur tijdig is ingediend. Voor zover die klacht betrekking heeft op het horen van de onbekende beller, geldt dat het Hof het in de appelschriftuur gedane verzoek kennelijk en geenszins onbegrijpelijk niet heeft verstaan als een verzoek om de onbekende beller op te roepen om als getuige ter zitting te verschijnen. De raadsman wenste de beller te horen “als de identiteit van de beller bekend is”. Aan die voorwaarde was niet voldaan, hetgeen tegelijk betekent dat het uiten van die wens niet kan worden aangemerkt als een opgave als bedoeld in art. 263 Sv. In de opgave ontbreken immers gegevens zoals personalia en woon- of verblijfplaats. Daar komt dan nog bij dat, zo al gesproken kan worden van een verzoek om de beller ter zitting als getuige te horen, dat verzoek niet ter terechtzitting is herhaald, hetgeen wel vereist is wil de rechter gehouden zijn daarover een beslissing te nemen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/13bd01fe281165ac993aaefc339404728707447e41d5be5e0b046e3b7efe7a16. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 13bd01fe281165ac993aaefc339404728707447e41d5be5e0b046e3b7efe7a16, en de alinea staat in dat document op bytes 16628 tot 17916.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/13bd01fe281165ac993aaefc339404728707447e41d5be5e0b046e3b7efe7a16 | shasum -a 256