Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2015
Onder 2.5 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1021.
Of deze aantekening van de griffier voldoende is om in hoger beroep als vaststaand feit aan te nemen dat op 4 december 2013 daadwerkelijk een afschrift van het vonnis aan mr. Van Veen is verzonden is een feitelijke beslissing die is voorbehouden aan de feitenrechter, in dit geval m.i. het hof dat de zaak opnieuw dient te beoordelen. Zou dit inderdaad kunnen worden vastgesteld, dan nog dient de consequentie van deze verzending te worden afgezet tegen de door [eiser] gestelde omstandigheid dat zijn gemachtigde niet bedacht behoefde te zijn op ontvangst van het vonnis omstreeks 4 december 2013 omdat haar door de rechtbank schriftelijk was medegedeeld dat het vonnis pas op 8 januari 2014 zou worden uitgesproken. M.i. is een nader feitelijk onderzoek van deze kwestie en van de overige in mijn conclusie onder 2.12 genoemde punten nog steeds nodig, een en ander in het licht van het geschetste juridisch kader.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c91bb0823389441dfb2fae1f74680c359773d0426c50b3d2740aefad861ee557. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c91bb0823389441dfb2fae1f74680c359773d0426c50b3d2740aefad861ee557, en de alinea staat in dat document op bytes 9375 tot 10339.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c91bb0823389441dfb2fae1f74680c359773d0426c50b3d2740aefad861ee557 | shasum -a 256