Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015
Onder 2.20. Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:11.
Ingeval de Hoge Raad hierover anders zou oordelen en de uitkomst zou zijn dat in dit geding (anders dan in de parallelzaak) wel moet worden aangenomen dat de Charly op de peildatum 1 juli 1995 in Duitsland naar Duits recht auteursrechtelijk werd beschermd, dient zich een volgend punt van aandacht aan. De Beschermingstermijnrichtlijn, en daarmee ook art. 51 Aw, is geschreven met het oog op gevallen waarin de duur van de auteursrechtelijke bescherming van een bepaald werk in de ene lidstaat korter was dan die in een andere lidstaat. In het onderhavige geschil is niet het uiteenlopen van de wettelijke bepalingen over de duur van de auteursrechtelijke bescherming (in het vroegere Nederlandse recht: tot 50 jaar na de dood van de auteur; sedert de implementatie van de richtlijn: tot 70 jaar na de dood van de auteur) het probleem. Het vervallen van de auteursrechtelijke bescherming in Nederland in 1993 was het gevolg van het feit dat het eenvormige Beneluxrecht (art. 21 lid 3 (oud) BTMW) aan het verval van de inschrijving van het BTMW-model het rechtsgevolg verbond dat het auteursrecht op het desbetreffende ‘werk van toegepaste kunst’ verviel tenzij een ‘instandhoudingsverklaring’ met betrekking tot het auteursrecht was afgelegd. De rechthebbende had dus een reële mogelijkheid om auteursrechtelijke bescherming te behouden tot 70 jaar na de dood van de auteur, door het afleggen van een instandhoudingsverklaring. De vraag of zulk een koppeling van het auteursrecht aan het BTMW-modelrecht in strijd is met de Beschermingstermijnrichtlijn, is in de rechtspraak van het HvJ EU nog niet beantwoord. In de toelichting op onderdeel 2.3 heeft Montis betoogd dat uit bepaalde arresten van het HvJ EU moet of kan worden afgeleid dat toepassing van dit vormvoorschrift – omdat deze toepassing verval van het auteursrecht binnen de termijn van 70 jaar tot gevolg heeft − moet wijken voor een doelstelling van de richtlijn, te weten: op het gehele grondgebied van de Europese Unie één en dezelfde beschermingsduur van het werk te realiseren. Kortom, de Beschermingstermijnrichtlijn zou volgens Montis niet alleen de duur, maar ook de vormvereisten harmoniseren. Anders dan Montis het wil doen voorkomen, is dat nog geen acte clair .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6409c0f48eae7d89348cc2d26574b6602d8a9abe26d0429662248d445a5f0daf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6409c0f48eae7d89348cc2d26574b6602d8a9abe26d0429662248d445a5f0daf, en de alinea staat in dat document op bytes 45234 tot 47596.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6409c0f48eae7d89348cc2d26574b6602d8a9abe26d0429662248d445a5f0daf | shasum -a 256