Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2015

Onder 3.6 Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1130.

Een bedrijfspensioenfonds werkt (veelal, art. 8 Wet Bpf 2000 stelt dit thans verplicht) met een ‘doorsneepremie’. Een ‘doorsneepremie’ houdt in dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende groepen werknemers, zodat allen dezelfde premie betalen. Daarmee wordt de zuivere verzekeringsgedachte per individuele werknemer verlaten, de solidariteit binnen de bedrijfstak bevorderd en concurrentie op pensioenvoorwaarden tussen bedrijven in dezelfde branche tegengegaan. Daarom werd reeds bij de totstandkoming van de Wbf opgemerkt dat het niet te eenvoudig moest zijn om betere risico’s (vooral: jongere werknemersbestanden) aan de verplichting te onttrekken. Tijdens de parlementaire behandeling werd in verband met de mogelijkheid tot vrijstelling erop gewezen dat iemand die al een adequate pensioenvoorziening had of elders kon verkrijgen, en daarom vrijstelling van verplichte deelname verlangde, een sociale verplichting had ten opzichte van zijn (destijds met name: oudere) bedrijfsgenoten. De aan het bedrijfspensioenfonds te betalen premie omvatte naast het ‘actuariële gedeelte’, bestemd voor de verzekering van de betrokkene, ook een zogenaamd ‘sociaal gedeelte’.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/059ebd4ba5679a762c70c2e858a82c7de226ee99cd41659ff06e4cc06c5fa6fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 059ebd4ba5679a762c70c2e858a82c7de226ee99cd41659ff06e4cc06c5fa6fd, en de alinea staat in dat document op bytes 29932 tot 31403.