Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2015

Onder 4.7. Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1213.

Gelet daarop is er mijns inziens geen bezwaar tegen om art. 552d lid 3 Sv zo te verstaan dat het van toepassing is indien het cassatieberoep zich richt tegen een geheimhouderbeschikking – dat wil zeggen een beschikking waarin is beslist op een door een verschoningsgerechtigde ingediend klaagschrift dat betrekking heeft op de inbeslagneming van geheimhouderstukken waarbij de toezegging is gedaan dat met de kennisneming van die stukken wordt gewacht tot op het klaagschrift een onherroepelijke beslissing is gegeven – en de aanzegging als bedoeld in art. 447 lid 3 Sv na de datum van inwerkingtreding wordt gedaan. Dat zich gevallen kunnen voordoen waarin voor de strafadministratie bij de Hoge Raad niet kenbaar was dat art. 552d lid 3 Sv van toepassing is, levert geen onoverkomelijk bezwaar op. In die gevallen zal in de aanzegging een onjuiste – te lange – termijn zijn vermeld, hetgeen de desbetreffende partij niet zal kunnen worden tegengeworpen. In zoverre wordt dan dus in feite op basis van het oude recht geprocedeerd. Een reden om niet volgens het nieuwe recht te procederen in gevallen waarin dat wel mogelijk is, levert dat niet op.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32648429908b53d6a37e65041cbc601a37ef86075641941b939c87c5ee79a173. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32648429908b53d6a37e65041cbc601a37ef86075641941b939c87c5ee79a173, en de alinea staat in dat document op bytes 14832 tot 16066.