Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2015

Onder 2.4. Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1213.

Het oordeel van de Rechtbank dat "gelet op de feiten en omstandigheden en de wijze waarop artikel 98 tweede lid van het Wetboek van Strafvordering moet worden uitgelegd" de inbeslaggenomen geschriften voorwerp van het strafbare feit uitmaken of tot het begaan daarvan hebben gediend is, mede beschouwd in het licht van hetgeen hiervoor onder 2.3 is vooropgesteld en van hetgeen door de Rechtbank omtrent die feiten en omstandigheden is vastgesteld, alsmede gelet op hetgeen in dit verband bij de behandeling in raadkamer namens de klager is aangevoerd, ontoereikend gemotiveerd. Voor zover de Rechtbank in haar hiervoor weergegeven overwegingen als haar oordeel tot uitdrukking heeft willen brengen dat sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden waarin het belang dat de waarheid aan het licht komt, moet prevaleren boven het verschoningsrecht van de advocaat (vgl. HR 12 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9162, NJ 2002/439) is dat oordeel eveneens ontoereikend gemotiveerd.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32648429908b53d6a37e65041cbc601a37ef86075641941b939c87c5ee79a173. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32648429908b53d6a37e65041cbc601a37ef86075641941b939c87c5ee79a173, en de alinea staat in dat document op bytes 22425 tot 23420.