Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2015
Onder 3.15 Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:127.
In de s.t. van mr. Scheltema nr. 2.2.17 wordt voorts betoogd dat voor het toekennen van het gezag van gewijsde naar Nederlands recht niet (steeds) noodzakelijk is dat ook aan enig deel van het geschil c.q. gevorderde tussen partijen een einde wordt gemaakt. Nu ziet het daarvoor in de s.t. aangedragen argument mijns inziens op de vraag aan welke beslissingen gezag van gewijsde toekomt (zie bij 3.9.2). Zoals bleek, kan wel worden aangenomen dat beslissingen in een zuiver tussenvonnis uiteindelijk gezag van gewijsde toekomt, maar dan pas met het onherroepelijk worden van het (gedeeltelijk) eindvonnis dat op die beslissingen steunt (zie bij 3.9.3). Dat neemt niet weg dat de opgeworpen vraag, of gezag van gewijsde toekomt aan beslissingen in arbitrale tussenvonnissen reeds voordat er een onherroepelijk (gedeeltelijk) eindvonnis is, nader bezien moet worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2637e39be79137a65d705107b4a4a92ae57aa37e5d245f6d41bae0737af830a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2637e39be79137a65d705107b4a4a92ae57aa37e5d245f6d41bae0737af830a, en de alinea staat in dat document op bytes 49904 tot 50820.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e2637e39be79137a65d705107b4a4a92ae57aa37e5d245f6d41bae0737af830a | shasum -a 256