Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2015
Onder 3.23 Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:127.
Ik meen dat het in de kern een terminologische kwestie betreft. De wettekst behandelt het gezag van gewijsde in de context van een ander geding. In het bij 3.19 onder (iii) bedoelde geval, gaat het naar mijn mening om de bij 3.17 gegeven redenen in wezen om dezelfde soort bindende werking van het gedeeltelijke eindvonnis. Dat kan men aanduiden als ‘gezag van gewijsde binnen dezelfde procedure’. Wil men de term gezag van gewijsde reserveren voor het in art. 236 Rv bedoelde geval, dan gaat het om een met het gezag van gewijsde vergelijkbare binding aan de eerder gegeven rechterlijke beslissing. In dit licht lees ik Uw rechtspraak, die deze ruimte lijkt te bieden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2637e39be79137a65d705107b4a4a92ae57aa37e5d245f6d41bae0737af830a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2637e39be79137a65d705107b4a4a92ae57aa37e5d245f6d41bae0737af830a, en de alinea staat in dat document op bytes 64522 tot 65209.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e2637e39be79137a65d705107b4a4a92ae57aa37e5d245f6d41bae0737af830a | shasum -a 256