Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2015
Onder 3.9.1 Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:127.
Bij de beantwoording van deze vraag stel ik voorop dat blijkens art. 1059 Rv alleen een geheel of gedeeltelijk arbitraal eindvonnis gezag van gewijsde kan verkrijgen. Voor het begrip ‘(gedeeltelijk) arbitraal eindvonnis’ kan worden aangesloten bij de in de jurisprudentie ter zake van vonnissen van de gewone rechter gehanteerde definitie: een vonnis waarin door een uitdrukkelijk dictum aan het geding omtrent enig deel van het gevorderde een einde is gemaakt. Van een gedeeltelijk eindvonnis is sprake wanneer het gevorderde in een vonnis gedeeltelijk bij dictum wordt afgedaan; voor het overige is dat vonnis een tussenvonnis. Ook deze inhoudelijke overeenstemming wordt bevestigd door de Wet Modernisering Arbitragerecht. Voor de vraag of sprake is van een (gedeeltelijk) eindvonnis geldt dus een formeel criterium. (Zou het dictum bijvoorbeeld een toe- of afwijzing bevatten van een gevorderde verklaring voor recht dat een vordering is verjaard, dan is in zoverre sprake van een eindvonnis.)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2637e39be79137a65d705107b4a4a92ae57aa37e5d245f6d41bae0737af830a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2637e39be79137a65d705107b4a4a92ae57aa37e5d245f6d41bae0737af830a, en de alinea staat in dat document op bytes 39481 tot 40623.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e2637e39be79137a65d705107b4a4a92ae57aa37e5d245f6d41bae0737af830a | shasum -a 256