Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2015
Onder 4.13.1 Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:129.
Om de onder 4.11 genoemde reden kan het onvermijdelijk zijn om in een betrekkelijk vroeg stadium van het wetgevend proces een procedure te entameren (waarbij dan m.i. vooral valt te denken aan een kort geding). Naar gangbare inzichten kan en mag dat. Maar daarmee is niet gezegd dat de overheid de rekening gepresenteerd kan krijgen wanneer, om welke reden dan ook, de op stapel staande wetgeving niet tot wet wordt verheven en/of niet in werking treedt. Het ligt m.i. voor de hand dat degene die, bezien vanuit zijn optiek onvermijdelijk, reeds in de loop van het parlementaire debat bij de rechter aanklopt, dit voor eigen risico doet. Wanneer het door hem beoogde resultaat wordt bereikt omdat, bijvoorbeeld, de wetgever afziet van het tot stand brengen van de gewraakte regelgeving, mag dat niet betekenen dat de Staat kan worden veroordeeld in de proceskosten alleen omdat de regeling, indien tot wet verheven, naar het inzicht van de rechter onrechtmatig zou zijn geweest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f690ea9a7bf4bd0b4a255797545ffdf1e72511a25eb411c505dbfff8fa5de932. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f690ea9a7bf4bd0b4a255797545ffdf1e72511a25eb411c505dbfff8fa5de932, en de alinea staat in dat document op bytes 55278 tot 56334.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f690ea9a7bf4bd0b4a255797545ffdf1e72511a25eb411c505dbfff8fa5de932 | shasum -a 256