Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2015

Onder 4.15.1 Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:129.

Men zou mij kunnen tegenwerpen, zoals onder meer niemand minder dan J.E.M. Polak en mijn ambtgenoot Langemeijer hebben betoogd, dat er geen vrijheid voor de Nederlandse wetgever meer is als hij deze door – kort gezegd – hogere regelgeving uit handen heeft gegeven. Dat argument moge overtuigen – maar heeft Uw Raad in het Waterpakt-arrest niet overtuigd – in een context waarin vast staat dat onrechtmatig is gehandeld of dat zodanig handelen dreigt, maar zeker niet in de setting van de onderhavige zaak. Immers heeft het Hof, in cassatie niet bestreden, geoordeeld dat van een dreiging van onrechtmatig handelen geen sprake is (rov. 2.5). Dan is er geen noodzaak om oordelen te gaan vellen die in de nimmer geheel voorspelbare toekomst, waarin de bijzonderheden van de concrete situatie tot heel andere uitkomsten of afwegingen zouden kunnen leiden, onnodige problemen voor de wetgever zouden kunnen gaan opleveren. De rechter moet niet voor zijn beurt willen oordelen en evenmin een oordeel (willen) vellen over politieke discussies in wetgevingsland die zijn afgesloten zonder dat degene die daartegen te hoop is gelopen daardoor is geschaad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f690ea9a7bf4bd0b4a255797545ffdf1e72511a25eb411c505dbfff8fa5de932. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f690ea9a7bf4bd0b4a255797545ffdf1e72511a25eb411c505dbfff8fa5de932, en de alinea staat in dat document op bytes 57482 tot 58912.