Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2015
Onder 4.23.2 Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:129.
Bovendien valt er, zoals zojuist al aangestipt, een en ander af te dingen op het “vrijwilligheidsargument”. Het is de vraag of erg voor de hand ligt dat zo’n verweer wordt gevoerd (en rechtens met succes zou kunnen worden gevoerd) door een partij die er debet aan is dat een ander (in casu Privacy First) met veel extra werk wordt opgezadeld. Worden oorzaak en gevolg aldus door de Staat niet enigszins verward?
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f690ea9a7bf4bd0b4a255797545ffdf1e72511a25eb411c505dbfff8fa5de932. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f690ea9a7bf4bd0b4a255797545ffdf1e72511a25eb411c505dbfff8fa5de932, en de alinea staat in dat document op bytes 68196 tot 68626.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f690ea9a7bf4bd0b4a255797545ffdf1e72511a25eb411c505dbfff8fa5de932 | shasum -a 256