Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2015

Onder 4.40 Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:129.

Voor het geval Uw Raad onverhoopt aan deze klachten toe zou komen, zal in het licht van onderdeel 3.2 hoe dan ook verwijzing moeten plaatsvinden, wat om de hierna te noemen reden m.i. zonde van alle tijd en geld zou zijn. Als toch zou moeten worden uitgezocht of [verweerders] in het (on)gelijk hadden moeten worden gesteld, is doelmatig om dat ook te doen in het kader van de klacht van onderdeel 3.1 . De kans dat dit de Staat een proceskostenveroordeling van enige betekenis zal opleveren, lijkt me louter theoretisch omdat in dat kader uitsluitend nog de in genoemde voetnoot 20 genoemde verweren in de beschouwingen zullen mogen worden betrokken. Maar dat schrikt de Staat kennelijk niet af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f690ea9a7bf4bd0b4a255797545ffdf1e72511a25eb411c505dbfff8fa5de932. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f690ea9a7bf4bd0b4a255797545ffdf1e72511a25eb411c505dbfff8fa5de932, en de alinea staat in dat document op bytes 84683 tot 85496.