Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2015
Alinea 102 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1295.
De Hoge Raad bepaalt in paragraaf 3.15 van zijn arrest dat de duur van de redelijke termijn in gevallen waarin “het strafrecht voor jeugdigen is toegepast” in beginsel 16 maanden is. Hieruit valt dan af te leiden dat dit arrest ook ziet op die gevallen waarin het jeugdstrafrecht is toegepast. Die strafzaken kunnen zowel meerderjarigen als minderjarigen betreffen. Om die reden kan dan ook, in navolging van hetgeen de rechtbank Rotterdam in haar vonnis van 16 februari 2010, LJN BL 4514 heeft overwogen, niet gezegd worden dat dit arrest van de Hoge Raad niet ziet op minderjarigen. Dit zou betekenen dat de door de Hoge Raad in paragraaf 3.21 geformuleerde regel ook geldt indien de redelijke termijn in strafzaken tegen minderjarigen is overschreden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebdc9e098512f227d6012cb0193216ec046bb54cf3cced0d6f70157c62d46568. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebdc9e098512f227d6012cb0193216ec046bb54cf3cced0d6f70157c62d46568, en de alinea staat in dat document op bytes 41489 tot 42260.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ebdc9e098512f227d6012cb0193216ec046bb54cf3cced0d6f70157c62d46568 | shasum -a 256