Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2015

Alinea 185 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1295.

De periode tussen het plegen van een delict door een minderjarige en de strafrechtelijke reactie daarop, moet zo kort mogelijk zijn. Hoe langer deze periode duurt, hoe groter de kans dat de strafrechtelijke reactie de gewenste positieve, pedagogische invloed verliest, en hoe meer de jongere wordt gestigmatiseerd. De hele strafrechtelijke procedure zou binnen zes maanden moeten worden afgerond, maar dat gebeurt slechts in 58 procent van de zaken (Kinderrechtenmonitor 2013). Dit is zorgelijk in het licht van artikel 40, lid 2 sub 3 van het IVRK, waarin het recht op een snel en eerlijk proces is vastgelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebdc9e098512f227d6012cb0193216ec046bb54cf3cced0d6f70157c62d46568. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebdc9e098512f227d6012cb0193216ec046bb54cf3cced0d6f70157c62d46568, en de alinea staat in dat document op bytes 82628 tot 83252.