Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2015
Alinea 189 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1295.
27. Voordat ik tot een afrondende conclusie kom, wil ik eerst nog aandacht besteden aan de status van het IVRK, dat in de hierboven aangehaalde feitenrechtspraak een belangrijke rol speelt. Daarbij gaat om twee aspecten: de rechtstreekse werking van art. 40, tweede lid, IVRK en de vraag of het tweede lid sub b onder iii verdergaande eisen stelt dan uit art. 14 IVBR en 6 EVRM voortvloeien.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebdc9e098512f227d6012cb0193216ec046bb54cf3cced0d6f70157c62d46568. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebdc9e098512f227d6012cb0193216ec046bb54cf3cced0d6f70157c62d46568, en de alinea staat in dat document op bytes 83669 tot 84073.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ebdc9e098512f227d6012cb0193216ec046bb54cf3cced0d6f70157c62d46568 | shasum -a 256