Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2015
Alinea 198 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1295.
33. Deze Comments dateren alle van na het arrest van de Hoge Raad van 16 december 2003 zodat de Hoge Raad daar destijds geen rekening mee heeft kunnen houden. Op grond van deze Comments is in de hiervoor besproken feitenrechtspraak aangenomen dat de norm 'zonder vertraging’ (‘without delay') in artikel 40, tweede lid, sub b onder iii van het IVRK strikter is dan de norm opgenomen in artikel 14 van het IVBPR of art. 6 EVRM. Dit lijkt mij overigens ook in overeenstemming met wat bedoeld wordt in de passage in de MvT die door de Hoge Raad in zijn arrest van 2003 wordt aangehaald, namelijk dat de normen in het IVRK: “op een enkel punt meer toegespitst [zijn] op de belangen van het kind”. Het hanteren van kortere termijnen voor de afwikkeling van jeugdzaken kan worden aangemerkt als een dergelijke toespitsing. Bovendien wordt deze interpretatie gesteund door de ontwikkelingen die, zoals hierboven geschetst, sindsdien hebben plaatsgevonden op het gebied van het jeugdstrafrecht zowel op internationaal als op nationaal niveau.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebdc9e098512f227d6012cb0193216ec046bb54cf3cced0d6f70157c62d46568. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebdc9e098512f227d6012cb0193216ec046bb54cf3cced0d6f70157c62d46568, en de alinea staat in dat document op bytes 90222 tot 91277.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ebdc9e098512f227d6012cb0193216ec046bb54cf3cced0d6f70157c62d46568 | shasum -a 256