Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2015

Alinea 200 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2015, ECLI:NL:PHR:2015:1295.

34. Het voorgaande vormt de aanleiding (nogmaals) de vraag aan de orde te stellen of bij een overschrijding van de redelijke termijn in jeugdstrafzaken de rechter de ruimte zou moeten (her)krijgen daaraan het in art. 359a eerste lid Sv genoemde rechtsgevolg van niet-ontvankelijkverklaring van het OM te verbinden, als de rechter op grond van alle omstandigheden van het geval tot het oordeel komt dat niet kan worden volstaan met een strafvermindering. Dat zal het geval kunnen zijn als de rechter vaststelt dat door het verstrijken van de tijd het pedagogische effect van een berechting nihil, averechts of zelfs negatief van aard is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebdc9e098512f227d6012cb0193216ec046bb54cf3cced0d6f70157c62d46568. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebdc9e098512f227d6012cb0193216ec046bb54cf3cced0d6f70157c62d46568, en de alinea staat in dat document op bytes 91359 tot 92009.